Haar zagen we als eerste, onze buurvrouw Jacqueline. Ze stapte net uit de auto van haar broer Gérard toen wij in het dorp naar boven reden. Ze is me zo dierbaar. Ze heeft ook kanker waar ze met een maandelijkse behandeling al jaren verder mee leeft en ze komt nu helemaal uit Grenoble om het dorpsfeest mee te vieren.
Iedereen was totaal overdonderd toen ze ons zagen. We vielen in armen, werden gekust en geknuffeld. Het verhaal over het campertje en de reis naar Le Serret vonden ze prachtig. Er was een overdaad aan eten en de hartige en zoete taarten waren nu eens niet in de broodoven gebakken maar thuis in de oven.
Iedereen dronk water, er werd bijna geen wijn gedronken. Heel ongewoon voor de Fransen.
In de namiddag vertrokken we weer, ik was moe en het was te warm om daar te blijven, wat hadden behoefte aan wat koelte. Het was moeilijk om afscheid te nemen, tranen bij mij en dat heb ik niet zo gauw. Jean Pierre die nooit zoveel praat verzekerde me nogmaals dat het zo fijn was om me weer te zien en de buurvrouwen Dominique en Silvy namen me nog even in hun armen.
Aangezien het daar middengebergte is zijn we een stuk hoger gereden terwijl we de temperatuur zagen dalen. We vonden via de app Park4Night een plek langs de rivier de Volane waar we eerst alleen stonden maar waar later nog drie busjes bij kwamen.
Ik had op dat bruggetje een leuk gesprek met een oudere man die met zijn vrouw in een van de twee huizen woonde die tegen de helling stonden.Hij woonde daar al zijn hele leven.
Ik vond dit grote rotsblok net een gestrande walvis, half nog in het water.
Het is nu acht uur in de ochtend, nog fris. We gaan straks ontbijten en dan rijden, de plannen zijn totaal veranderd. Waarheen de weg ons voert horen jullie morgen.
Reacties